Vergeet het zebrapad, ik stond niet eens buiten
“Ik heb het gevoel alsof ik ben aangereden door een bus terwijl ik niet eens in de buurt van een weg liep.” (Weer zo’n stom liefdesverhaal, p. 269)
Bovenstaand fragment komt uit een roman die ik recent heb gelezen en ik had het zelf niet beter kunnen beschrijven. De metafoor leeft sindsdien rentfree in mijn hoofd. Misschien omdat het gevoel zo herkenbaar was. Mijn relatie van bijna zes jaar nam enkele maanden geleden namelijk vrij plots een onverwachte, scherpe wending en draaide recent uit op een relatiebreuk. Wat een halfjaar geleden stabiel en onverwoestbaar leek, stortte in slechts enkele maanden in elkaar – zonder de minste waarschuwing, zonder duidelijke aanleiding. Vergeet het zebrapad, ik stond niet eens buiten!
Telkens wanneer iemand me vraagt hoe het met me gaat, wil ik het liefst gewoon die metafoor gebruiken. Nu heb ik als taalkundige – ik heb nog altijd last van het imposter syndrome als ik met die term naar mezelf verwijs (het is vast een stereotype millenial ding) – een zwak voor metaforen, maar ik ben toch echt niet de enige die deze beschrijving door merg en been voelt, of wel? Het zegt precies wat ik voel, maar zo cynisch dat het bijna grappig wordt. En eerlijk? Het haalt de spanning uit de vraag en de ongemakkelijkheid uit het moment, zonder mijn gevoel te negeren of weg te lachen – zonder te doen alsof alles oké is. De beeldspraak heeft iets tragisch, maar ook iets komisch. Het wordt bijna theatraal. Pijnlijk echt, maar met genoeg zelfspot om het draaglijk te maken. Beter verteerbaar.
Een beetje zoals een romcom dat doet. Denk aan Bridget Jones, in pyjama, op de sofa met ijs en een fles rode wijn, luid meezingend met een melodramatisch nummer. Tenenkrommend, maar ook hilarisch, omdat het ergens herkenbaar is, maar we er tegelijk ook even om kunnen lachen. Hoewel het op het scherm grappig is om Bridget daar zo te zien zitten, was het een stuk minder komisch om het gevoel te hebben naar m’n spiegelbeeld te zitten kijken. Wat het allemaal nóg meer herkenbaar maakt? Ouders die troost bieden zoals een nat washandje op een gebroken hart: goed bedoeld, maar compleet naast de kwestie. Het soort bezorgdheid waarvan je weet dat het uit liefde komt, maar in een vorm waar je op dat moment helemaal niks mee kan. Liefdevol, maar onhandig. Goedbedoeld, maar misplaatst. Affectie met twee linker handen …
Ik begrijp het wel: het is soms lastig, ongemakkelijk of onwennig, maar als iemand gewoon al zou vragen hoe het met me gaat, vind ik dat al een teken van medeleven. Eentje dat ik enorm waardeer. Iets wat ik niet vanzelfsprekend vind. Wanneer ik dan besluit om er luchtig op te reageren, ga daar dan alsjeblieft in mee. Een van mijn collega’s pakte dat prachtig aan door te lachen en droog op te merken dat die bus gewoon ineens mijn leefruimte was binnengereden. Precies de toon die ik nodig had om ook even te lachen. Als sloeg hij ook wel de nagel op de kop: het voelt alsof ik mijn thuis ben kwijtgeraakt. Niet zomaar muren en een dak, maar míjn thuis. Mijn veiligste plek. En geen metafoor, romcom of zorgzaam gebaar neemt voorlopig dat verloren gevoel weg.
Plaats een reactie