
Deze column schrijf ik in aanloop naar de verkiezingen volgende maand, want er moet mij toch iets van het hart. Iets waar ik met mijn hoofd niet bij kan. De vraag of personeel van de Vlaamse overheid achter het loket al dan niet een hoofddoek mag dragen. Meer specifiek wordt hiermee het personeel bedoeld dat rechtstreeks in contact komt met de bevolking – achter het loket dus. Daarmee wordt een onderscheid gemaakt met het personeel dat achter de schermen werkt. Is dat dan sámenleven? Ik heb nog veel te leren op vlak van inclusiviteit, maar naar mijn gevoel is het alleszins niet dít. Waarom werkt een hoofddoek bij velen nog steeds als een rode lap op een stier? Het geeft stof tot nadenken – en dat mag je gerust letterlijk nemen.
Bepaalde partijen vinden dat er een hoofddoekenverbod moet komen binnen bepaalde openbare instanties, omdat de overheid neutraal moet zijn en dus op geen enkele wijze een religieuze, levensbeschouwelijke, filosofische of politieke voorkeur mag laten blijken. Je kunt je dan de vraag stellen of een hoofddoek zo’n neutrale, kwalitatieve dienstverlening in de weg staat. Wie staat wat eigenlijk in de weg? Als iemand zich onwennig voelt wanneer hij of zij geholpen wordt door een vrouw met een hoofddoek – of dat nu achter een overheidsloket is, in een schoolomgeving of in de privésector – stel jezelf dan eens de vraag wie of wat er echt moet veranderen? Kunnen we niet beter kijken naar waar het schoentje écht knelt? De samenleving.
Daar ligt de echte uitdaging en bovendien een veel grotere. Mensen lijken niet te houden van verandering. Zo nu en dan een beetje afwisseling is welkom, maar als er echt iets dreigt te veranderen, gaan we op de rem staan. Een instinctieve reactie en niet eens zo onbegrijpelijk als je de geschiedenisboeken erbij haalt – of gewoon de kranten. Is die terughoudendheid in dit geval gegrond? Waar zijn we eigenlijk écht bang voor? Waar schuilt het gevaar, de kans dat er iets ergs gebeurt? Het échte gevaar schuilt volgens mij in de extreme keuzes die gemaakt worden uit angst voor extremisme.
Wordt het geen tijd om water bij de wijn te doen, in plaats van te vrezen voor het spreekwoordelijke we geven ze een vinger en ze nemen een arm? Wordt het vooral niet eens tijd om niet langer in zij versus wij te denken? Heeft zo’n verbod niet net een veel grotere en nadelige impact op vrouwen die vrijwillig een hoofddoek dragen, dan de acceptatie ervan zou hebben op ons allemaal? Welk verschil maakt de aan- of afwezigheid ervan op de dienstverlening? Het kan alleszins wel een groot verschil maken op vlak van indiensttreding. Het dragen van een hoofddoek is niet iets wat zou mogen worden verplicht, noch verboden. Beide zijn extremen die geen ruimte laten voor keuzevrijheid.
“Verboden of verplicht? Ik zie weinig verschil op vlak van keuzevrijheid en emancipatie.”
De vraag over keuzevrijheid is een terechte vraag. De enige vraag die omtrent dit hele onderwerp van belang is. Een vraag die gaat over vrouwenemancipatie. Een verbod houdt het hele onderwerp in de taboesfeer – letterlijk achter de schermen. Het houdt discriminatie van vrouwen die vrijwillig een hoofddoek dragen in stand en het helpt de vrouwen die er tegen hun wil toe verplicht worden geen stap vooruit. Hoe kunnen deze vrouwen gehoord worden als we niet luisteren, als het onderwerp niet eens bespreekbaar is? Steken we onze tijd en energie dus niet beter in het creëren van een omgeving waarin álle vrouwen zich veilig kunnen en mogen voelen? De garantie op keuzevrijheid, veiligheid, acceptatie en integratie. Zou de focus niet beter daarop liggen?
Uit onderwerpen als deze blijkt alleen maar dat we nog een lange weg hebben te gaan. Stof tot nadenken dus…
Plaats een reactie